28.12.09

De ziekte van het leven.

Ik lijd aan de ziekte van het leven.

Ik heb geen hoestbui, geen koorts of Mexicaanse Griep. Ik heb geen bloedneus, een snee in mijn hand en zit niet in het verband. Ik ben een jongen die lijd. Lijd onder de ziekte van het leven.

Ik heb geen hartafwijking, ben niet kreupel of dement. Ik heb geen kanker, er zit geen tumor in mijn lijf. Ik ben gewoon een beetje ziek.

Mijn longen werken goed, mijn nier en lever nog beter. Mijn benen kan ik nog bewegen en mijn hart klopt energiek. Maar toch voel ik mij zo ziek. Het heet de ziekte van het leven.

Astma heeft mij nooit getroffen, ik hoef niet onder het mes. Pillen slikken werkt niet, de dokter maakt mij niet beter.

Maar ik weet zeker dat ik niet gezond ben, ik voel mijzelf zo ziek. Ik leef niet korter dan normaal, ik ga niet echt eerder dood. Toch heeft deze ziekte mij getroffen.

De ziekte van het leven, beter bekent als verdriet.

12.12.09

De Speeldoos.

Ik lig hier in bad, helemaal tot rust te komen. Ik voel hoe het warme water steeds verder stijgt. Het omringt mij en geeft een heerlijk gevoel. In mijn hoofd spelen alle nummers van de dag nog even door mijn hoofd. “Mag ik jou even lenen. Ik wil je iets vertellen. Ben best bereid om je terug te geven. Ooeeeeeh. Jezus is de zoon van God. Ja Jezus is de zoon van God. Jezus is de zoon van God. Muwahahaha. Hmmm. Oudjaar, kan ik niet tegen. Moet ik ‘s nachts huilen.”

Ik zie ze voor mij ogen. Ik neem afstand van mijn lichaam, verplaats me de wereld in. Ik kijk om mij heen, ik voel mezelf zweven. Daar staan zij. Torre en Roos, ze treden samen op. God wat is dit goed. Ik ken de nummers nog niet helemaal, maar dat interesseert me geen fuck. Ik luister met al mijn krachten. Ik sluit mijn ogen, laat de muziek op mij inwerken. De muziek inwerken. Het galmt in mijn hoofd, het galmt. Er komt een gevoel van rust maar toch klopt mijn hart sneller. De muziek bespeelt mij.

Zachtjes zing ik mee. Ik ken de tekst toch beter dan ik dacht. Of ik bespeel gewoon mijn instinct. Ik weet het niet, maar het klinkt goed. Torre en Roos zijn bijna klaar. Ze nemen afscheid, vertellen hoe goed wij waren en hoe leuk zij het vonden. Ze spelen nog één nummer. Een special, een unreleased. Het klinkt goed, het klinkt super. Het klinkt fantastisch.

Ik voel het einde komen, de klanken nemen af. De stemmen verdwijnen naar de achtergrond en mijn hart komt weer tot rust.

Ik schrik wakker. Ik lig nog steeds in bad, het water is al koud. Mijn vader heeft net op de deur geklopt. “Kom je er nog eens uit?” De klok geeft aan dat het twee uur later is. Shit, een droom.

7.12.09

De tranen van de oorlog.

Gooi mij van de emotionele ladder, vang mij hierna op. Gebruik mij als een stuiterbal, gooi hem op mijn kop. Jij bent er een van weinig woorden, een vrouw van pure kracht. Ik ben een kleine jongen, een emotioneel wrak. Samen zijn wij oorlog, nog erger dan Irak.

Ik haat jou, jij vermoordt mij. Ik haat mezelf, jij vergeeft mij. Samen voeren wij nu oorlog en ik kan het niet vergeten. Samen voeren wij nu oorlog, waar zijn de woorden nou gebleven? Ik voer hier nog een oorlog, maar niemand helpt mij mee. Wij zitten in een oorlog, wat moet ik hier nu mee?

Kunnen wij nog door gaan? Blijven wij nog staan? We gaan het gewoon proberen, want we kunnen nog niet gaan. De oorlog is pas ten einde wanneer wij niet meer bestaan. De oorlog is pas beëindigd wanneer wij niet meer opstaan.

Getroffen door een kogel, wij vallen samen neer. We geven ons nu over voor een aller laatste keer. De witte vlag voor onze ogen, hij gaat heen en weer. Wij geven ons nu over. Voor een aller laatste keer.

Wij liggen daar nu samen, in de plas van onze tranen. Wij hebben elkaar getroffen, wij zijn nu echt verslagen. De scherven vliegen in het rond, de woorden komen uit jouw mond. Ik houd van jou, zeg jij één keer. Ik houd van jou, zeg je weer. Wij liggen daar nu samen, samen smoorverliefd. Het was onze eerste ruzie, nooit meer verdriet.

30.11.09

Het station.

Ik zit op het station. Perron 6 het tweede bankje. Rechter plaats. Ter hoogte van stoeptegel 2.362 en naast reclamebord 7. Voor mij staat een oudere man, hij kijkt verdwaalt om zich heen, alsof hij het helemaal niet snapt. Rechts van mij zie ik een vrouw met koffer, een echte reiziger. Ze loopt snel langs en schijnt de weg te weten.

Achter haar loopt een studente samen met een grote, ingepakte doos. Tja, het is weer sinterklaas, tijd voor suprise. Naast haar loopt een andere studente, ze blijken vriendinnen te zijn. Maar toch lopen ze erg ver uit elkaar. Wat raar.

Links komt een twintiger aangelopen. Misschien wel net dertig, ik weet het niet. Hij ziet er uit alsof hij nog niet heeft gegeten en in zijn rechter hand heeft hij een papieren zak. Burger King zegt het. Hij gaat zitten naast mij, linker plaats. Stoeptegel 2.348 en naast reclamebord 6.

Grabbelt wat in zijn zakje, pakt een dubbele Whopper en eet. Voor mij een vader met vrouw en kinderen, bovenop perron 5. Ze lopen met zijn vieren, snel maar vermoeid. Duidelijk een dagje weg geweest. De kinderen sjokken.

Daar de NS, de medewerkers. Ze stoppen de man met een peuk in zijn hand. Ik kan het niet horen maar toch weet ik de woorden. “U mag hier niet roken, ik verzoek u vriendelijk. Doof de sigaret en gooi hem weg.” De peuk gaat uit, verdwijnt in de prullenbak. NS knikt, man lacht. Opgelost.

En daar zit een jongen, misschien nog net 17. Duidelijk vermoeid. Hij kijkt om zich heen en lijkt zich van alles af te vragen. Waarom doen al die mensen dit? Hij kijkt op zijn horloge, verveeld weer omhoog. Hij leeft op de maat van zijn muziek. Tikt met zijn voet op stoeptegel 2.362 en kijkt naar reclame bord 7.

De trein komt aan, jongen staat op. Stap voor stap loopt hij vooruit tot hij de trein bereikt. Mensen stappen uit, een hoop lawaai. Ze lopen naar de trap. De trein rijd weer verder, jongen verdwenen. Het perron is weer verlaten, klaar voor de volgende trein.

29.11.09

Wij zijn samen.

Wij zijn samen. Gemaakt om samen te zijn, om samen te blijven. Wij hebben een band, een onherroepelijk iets. Jij hoort bij mij en ik bij jou. Het is zo.

Wij houden van elkaar. Onze liefde zal blijven bestaan. Het zal bergen beklimmen en oceanen bevaren. Gewoon om ons weer samen te laten komen. We missen elkaar als we weg zijn. We zijn blij als we samen zijn. Wij zijn samen en zullen ook samen blijven.

Soms worden we gek van elkaar, maar daar lachen we later om. Soms hebben we ruzie, maar het komt altijd goed. Soms zijn we eenzaam en troosten wij elkaar. Maar altijd zijn we samen en we houden van elkaar.

Jij helpt mij als ik problemen heb. Jij bent mijn engel en mijn beschermster. Mijn vangnet en verzekering. Jij bent mijn levensgezel.

Wij delen het leven en ons bloed. Wij horen bij elkaar. Wij houden van elkaar. Wij hebben samen de liefde. De liefde van broer en zus.

18.11.09

Kinderjaren.

Wat waren we jong toen. Het was een jaar of 9 denk ik. Echte kinderen, onschuldig en naïef.

We waren verliefd. Op elkaar. Jij op mij en ik op jou. Natuurlijk in een andere vorm dan dat je tegenwoordig verliefd zult zijn, maar wij waren graag bij elkaar. Dus verliefd. Wanneer niemand keek hielden we stiekem elkaars handjes vast. Ik zat altijd naast jou op school, na schooltijd spraken we vaak samen af en gingen met zijn tweetjes naar buiten. Ik gaf jou kusjes op je wang, en jij bloosde iedere keer weer. Samen waren we gelukkig.

We hadden elkaar beloofd het nooit aan iemand te vertellen. Niemand zou het ooit weten. En we geloofden daarin. Zoals je als kind ook in Sinterklaas, elfjes en pratende poppen gelooft. Onze ouders speelden gewoon mee.

Ik weet nog steeds niet wat er daarna was gebeurt. Opeens was jij weg, en ik heb je daarna nooit meer gezien. Het was zo raar. Mijn moeder zei er verder niks over, maar achteraf vermoede ik dat je verhuisd was. Maar waarom had je dat mij nooit verteld?

Het was de laatste dag dat wij elkaar zagen volgens mij. Jij moet het al hebben geweten. Ik wist nog van niets. Als ik het me goed herinner zaten we daar bij die bosjes. Ons vaste plekje. We waren aan het lachen en aan het giechelen. Maar opeens moest jij gaan. Je zou extra vroeg eten zei je. En mama wou dat je op tijd thuis was. Dus ik gaf je nog een kusje op je wang. Je draaide om en dat was het laatste dat ik zou zien. Maar wist ik veel.

Wat waren we jong toen. En ik was zo verliefd. Ik vond jou wel leuk. Jammer dat je weg ging. Ik dacht nog een tijdje aan je. Maar daarna ben ik je vergeten.

15.11.09

De trein naar de Hemel.

De trein raast maar door. Ik zit er in, de stoptrein naar het stukje Hemel. Vol spanning zie ik hoe het landschap mij voorbij knalt, en hoe de mensen om mij heen eigenlijk allemaal hetzelfde doen. Ieder kijkt stom voor zich uit naar buiten en bedenkt in zijn of haar hoofd hele scenario’s van het leven.

Ik ben op weg naar de Hemel. “Station Hel-Centraal” hoor ik de conducteur roepen, en ik kijk naar buiten. “ Jezus”, denk ik. “Wat een klotestad.” De junkies springen nog net niet door het kleine openstaande treinraampje om je geld en je iPod te jatten, maar echt veel scheelt het niet.

De trein vertrekt weer, ik voel de kracht in mijn maag. De stoel lijkt zich om mij heen te vormen naar mate we harder rijden. De conducteur komt langs. Hij vraagt mijn kaartje, ik laat het zien…

Het is niet duur voor een enkeltje naar de Hemel. Een retourtje zal ik namelijk niet nodig hebben. De trein zal mij vandaag niet meer mee terug nemen. Heen is voorlopig genoeg.

Hij kijkt naar mijn kaartje en vraagt of ik ook mijn kortingskaart kan laten zien. Ik zeg natuurlijk meneer, maar het was toch even zoeken. De conducteur kreeg er schijnbaar een beetje genoeg van, zei dat hij het dan maar moest geloven en ging weer haastig verder. Tja, dan niet hè. Lul.

Station Hel-West, nog net iets minder Hel dan Centraal, maar toch zou ik er niet willen wonen. Hierom heb ik dus liever de sneltrein. Want één keer Hel is genoeg voor mij. Maar omdat de snelle om .49 ging, wat ik niet haalde, en de stop om .59, werd het toch maar de stoptrein. Veel keus had ik niet, of ik zou nog een half uurtje moeten wachten. Nu klinkt dat niet lang, maar als je naar de Hemel kan, dan wil je dat ook meteen.


Agh, de Hemel, goede plek op Aarde. Nog even en ik ben er. Vooral nu we weer rijden en de Hel achter ons laten. Straks is het nog maar een keer stoppen, en dan aan een stuk door naar jou.

Het station tussen Hel en Hemel. Tussen het kwijnen en het genieten. Tussen de junkies en de kakkers. De verlossing voor de Hellenaren, maar de boetedoening voor de Hemelnaren. En slechts een object voor het Aardse.


Mijn laatste rit is aangebroken. Het is nu, en dan voorlopig nooit. De laatste lootjes wegen het zwaarst zegt men, maar mij doen ze alleen maar zweven. En zweten. Nog even, heel even. En dan ben ik er.

Ja, daar is het dan. Het eerste perron komt in zicht. Eindelijk is het zover. Ik ga je weer zien. Daar is het, het naambordje. En daar de grote groep met mensen. Daar ergens sta jij. De trein stopt, ik stap uit. Ik kijk rond, op zoek naar jou.


Jij komt de trap op lopen, je ziet nog net de trein aankomen. Jouw hart bonkt in jouw keel en je kijkt al stiekem door de raampjes of je mij al ziet. Jij hoopt het zo. Jij wilt het zo. Nog even en wij zijn weer samen.
Ik zoek jou, ik kijk naar de trap. Ik zie jou daar niet. Zou je er al zijn? Waar ben je, en waar blijf je? Ik kijk naar links, rechts en voor me. Ik zie jou niet. Ik draai om, kijk achter me.

Je zag mij meteen staan. Verward kijken, paniekerig doen. Stiekem kwam je achter me staan, en wachten tot ik je zou zien.

Ik draaide me om, en daar stond jij dan. Het mooiste meisje dat ik ooit had gezien. De pracht in jouw ogen zeiden genoeg tegen mij, woorden hoefden niet meer gesproken te worden. We waren meteen gelukkig. Ik buig me naar jou toe. Ik voel jouw lippen op de mijne, we omhelzen elkaar.

Daar staan we dan samen, in de grote groep mensen die als een grote wolk om ons heen zal verdampen. Langzaam zal hij verdwijnen, maar nu staan wij daar middenin. Gelukkig, samen, in elkaars armen en de monden op elkaar.

Daar staan wij, met zijn tweetjes. Samen op perron 4, station Breda. Eindstation van deze trein.

12.11.09

Haatje.

Het moet lang geleden zijn dat ik me zo heb gevoeld. Dat een persoon mij zo kon inspireren zoals jij dat deed. Het is een applaus voor jezelf waard. Lang geleden dat iemand dit met mij deed.

Door jou ben ik veranderd weet je. Door jou zie ik opeens anders. Door jouw insteek ben ik een andere ik. Jij doet het toch. En je weet het niet eens.

En laten we eerlijk zijn, je bent zeker niet de beste. En er zijn er nog velen die beter kunnen zijn dan jij. Dat kan haast niet anders. Maar toch deed je iets met mij. Misschien omdat jij de eerste echte was. Misschien omdat jij net op het goede moment instapte? Jij deed in ieder geval iets met mij.

Je deed mijn ogen openen, mijn longen vullen en mijn ziel verversen. Jij deed mij ruiken en voelen, zien en proeven. Jij maakte mij bewust van ‘het’. Je liet me zoeken naar ‘het’.

En ja, ik haat je boek. Ik haat het zo godsgruwelijk veel, ik kan het haast niet uitstaan. Maar toch lees ik het. Met veel plezier nog. Het is iets dat jij kan, iets dat jij doet. Ik haat het, dus ik haat jou.

Maar toch ben jij nu een voorbeeld. Ik ken je niet eens, waarschijnlijk ga ik dat ook nooit doen. Ik las pas één boek van je, en waarschijnlijk blijft het daar ook bij. Maar toch haat ik je. Jij laat mij al het moois zien, maar toch haat ik je. Dank je voor deze roman. Het laat mij zoeken. Het laat mij leven.

Ik haat je.

2.11.09

Bedrog.

Ik zeg eerlijk, mij maakte het niet zoveel uit. Maar jij wilde weg,
jij kon mij niet meer jouw trouw beloven zei je. Jij beweerde dat ik
meer verdiende dan jou, iemand die me wel trouw kon blijven. Iemand
die niet na een avond stappen bij een ander in bed belande.

Maar ik zeg eerlijk, ik had je allang vergeven. Ik wilde jou niet
kwijt. Maar toch ging je weg. Dus er was meer. Je was niet alleen.
Laten we niet doen alsof. Hij is daar, dat weten we beiden. Je was van
mij, maar toch bij hem.

Maar het maakt nu allemaal niet meer uit. Ik zal wel verder gaan,
verder moeten. Ik zal het je vergeven, maar niet vergeten. Ik ga nu
verder, maar hoop niet op jouw terugkeer. Ik ga verder, maar blijf jij
maar daar. Je hebt de kans gehad, maar verkeken. Je hebt me
verloren, en zult me niet meer kunnen winnen. Het is over voor mij en
jou.

Jij bent een deel van mij verleden, een deel dat mij heeft gemaakt.
Een deel waarvan ik heb gehouden, en waar ik nu eigenlijk nogsteeds
van houd. Ik mis mijn verleden met jou. Ik mis je. Ik wil je terug.
Kom je alsjeblieft nog terug?

1.11.09

Kamaraden tot aan de dood.

En we zongen over wolken, over dagen. Over hoe het leven was. We
zongen over pluimen en wat veren, en een lege boekenkast. We waren
kamaraden bij een kampvuur, de dag was ons genoeg. We genoten en we
dronken. Het was onze kroeg. Het leven was een feest, we waren in vol
genot. Maar we gingen net te ver, het beknelde ons strot. Toen kwam
het einde. Een voorgeschreven lot.

Dus zongen wij nog één maal. Over vriendschap en nood. Een laatste
lied. Voor de kamaraden en de dood.

Metaforen.

Wij zijn als de zon en de maan. Jij de zon, en ik de maan.

Wij zien elkaar niet, maar horen toch bij elkaar. Als jij er bent, val
ik niet op. Ik ben niets bij jouw warmte en licht.

Zonder jouw straal, ben ik niets. Als jij er niet bent, zal ik er ook
niet zijn. Ik reflecteer alleen jouw pracht.

Men wil altijd jou, maar nooit mij. Jij zal altijd groter lijken, hoe
ver weg we ook zijn.

Ik zal altijd om jouw heen draaien, jij zult mijn middelpunt zijn. Jij
zal de bron van het leven zijn, de kracht van alles. Ik zal jou alleen
dwarsbomen, en jouw kracht verbergen.

Maar toch zal ik blijven, ook al ben jij weg. Dan ben ik een donkere,
onzichtbare vlek. Dan zal ik een van velen worden, als een zonder jou.
Ik zal er zijn, maar nooit meer stralen.

Ik zal er zijn, wachtend op jou.

Niet meer wij.

Het was niet mij, dat kan niet zijn geweest. Het moet een ander zijn, die stiekem naar binnen was geslopen. Het was niet ik, die jou pijn deed. Het was niet mijn leven, dat die van jouw zo beïnvloede.
Het was niet mijn intentie om jou te bezeren, het was niet mijn bedoeling om lastig te zijn. Ik zou dit nooit hebben gewild. Ik wilde alleen maar jou.
Maar toch is het gebeurd, in een waas van gebeurtenissen. Het leven raakte ons hard, het scheidde ons. Wij werden twee, niet langer één.
De spijt schoot mij te binnen. Ik zag wat ik deed. Ik was weer mij. Maar niet meer wij.
Ik mis wij, waar is wij heen? Ik ben hier, maar waar ben jij? Ik mis jou, kom terug.
Alsjeblieft, kom terug…

De schrijver.

Ze noemen mij een schrijver, zei hij met zijn Vlaams accent. Ik dacht: “Maar mij ook.”

Ze noemen mij een schrijver, dacht ik. Maar dat klonk mij toch een beetje raar. Een schrijver schrijft dingen, verhalen en zinnen. Een schrijver maakt moois, een wonder op papier. Een schrijver die doet wat een ander niet zal doen. Een schrijver die schrijft, zodat een ander het kan lezen.

Ik noem mijzelf geen schrijver, maar een denker en een mens. Ik noem mijzelf een vlekje in de wereld van vandaag. Ik noem mijzelf een kijker, een vliegje aan de muur. Ik noem mijzelf een spion in mijn eigen gebied.

Maar toch noemen zij mij een schrijver, de mens van het inkt. De man die verwoorden kan, wat hijzelf ervan vindt.

En zo blijk ik toch een schrijver, een man van vele woorden. Een zin is nooit genoeg, dus ik laat er velen horen. Ik noem mijzelf een schrijver, omdat ik zeg wat ik nu denk. Over het leven en de wereld. Over leven en het leed. En daarom,

Ze noemen mij een schrijver. . .

De baggerheid van de winter.

De winter komt eraan. Ik merk het nu al. De duisternis is buiten altijd net iets te snel, en ergens lekker opwarmen zit er ook niet meer in. De winter ligt om de hoek, en we voelen het allemaal van binnen.

En dan niet alleen de kou die wordt veroorzaakt door een afnemende temperatuur omdat de zon nu eenmaal verder van ons verwijderd is. We voelen ons ook somberder. We verliezen de pracht van het leven uit het oog. De momenten van zeur en verdriet gaan beginnen.

Stop daarom allen even, en denk na over wat u doet. Kijk even om je heen, en denk even na. Ga niet als een schaap zonder kop achter elkaar over de dam heen vliegen, maar volg je eigen pad. Wees niet een meeloper die verzeilt raakt in zijn ritme. Dit zorgt voor verdriet.

Wees niet die ene holbewoner, die na het uitvinden van het vuur direct in paniek rondjes gaat rennen, en al OehOehAaah roepend ieder ‘medemens’ gaat slaan. Maar wees degene die heel gefascineerd zijn hand in het vuur steekt. Het doet wel eventjes pijn, maar jij bent goed bezig. Jij kijkt om je heen en je bent nieuwsgierig naar de wereld.

Jij durft op reis te gaan naar een onbekende plek. Jij bent niet bang voor wat de wereld je gaat brengen. Wees een persoon die risico durft te nemen en die daardoor een klein lichtje in zich weet te laten ontbranden. Ga op avontuur en bleef de wereld. Kijk om je heen en aanschouw. Laat het op je inwerken, denk er over na. Laat het je verwarmen.

Je zult het nodig hebben in deze moeilijke, koude tijden. Laat het leven je omhelzen, voel haar warmte. Kruip niet bang in je holletje, en houdt geen halve winterslaap. Ontdek de wereld, en zorg ervoor dat binnen in jou je eigen zon gaat branden. Zorg voor je eigen licht, zorg voor je eigen warmte.

Wees de avonturier waar jij zo lang van droomde, en ga er op uit deze winter. Voel je niet kut, maar voel je goed. Het zal je helpen, en het zal je veranderen. Doe wat je wil, en. . . geniet.

8.10.09

Persoonlijk Statuut voor Nederlands, HAVO 5.

Ik ben Maarten Mooij. Als iemand mij vraagt om mezelf te omschrijven komt het er meestal op neer dat ik mezelf gek noem. Ik ben ook gek, zo gek als een deur. Dit kan mij misschien dan wel mooi in één keer omschrijven, maar dit is niet voldoende voor een persoonlijk statuut. Daarvoor zal ik toch echt wat dieper moeten graven. Maar laat dat toevallig iets zijn dat ik regelmatig doe. Ik ben een denker, geen doener. Echter, vroeger was ik niet zo.

Vroeger, toen de wereld nog groot was. Vroeger toen alles nog bijzonder was. Het leven was een groot raadsel, en ik voelde me verdwaald in een zee zonder verkeersborden. Ik was verdwaald in het mysterie dat leven heette.

Het was geen gemakkelijke tijd voor mij aan het begin van de middelbare school. Het leven was zwaar. Alles was nieuw, en ik had wat moeite me aan te passen. Alle gewoontes die ik had ontwikkeld in acht jaar basisschool vielen zomaar uiteen. En toen werd ik maar geacht alle puzzelstukjes weer zelf bij elkaar te rapen en er iets moois van te maken. Een missie, een taak.

Maar “die missie, die taak” kon ik niet aan. Tja, dat is dan klote. Ik kwam in een depressieve periode terecht halverwege de tweede klas. Je zou het ook de puberale depressie kunnen noemen, omdat naar mijn mening één op de vier pubers er last van heeft. Een periode in hun leven, rond het veertiende of vijftiende levensjaar, waarin ze geen zin meer hebben. Ze zijn het zat en willen verder niet meer leven.

Gelukkig zijn de meesten van deze pubers te laf om zich daar aan over te gegeven, en kiezen ze om verder te leven. Ik dus ook, anders zat ik dit hier nu niet te typen. Maar deze periode heeft toch wel tot het einde van de derde, of het begin van het vierde jaar atheneum, geduurd. En zelfs begin vorig jaar voelde ik nog een kleine nasleur van wat me toen bezielde. Gelukkig is dat nu over.

Ik heb me al in geen tijden meer slecht gevoeld, en het leven lacht me te gemoed. Ja, dat is lekker. Heerlijk zelfs. Ik heb na deze dramatische periode wel een mooie hobby, al zou passie ook niet overdreven zijn, overgehouden. Deze is muziek. Muziek is in mijn leven de steun geweest die mij heeft geholpen. Muziek heeft mij laten leven (letterlijk). En nu is muziek dat waar ik heel de dag mee bezig ben. Luisteren, zoeken, maken. Alles doe ik met muziek, en muziek doet alles met mij. Het is mijn geloof. Mijn godsdienst.

Ik ben er sterker uit gekomen dan ooit. Ik weet wat ik wil, ik doe wat ik wil en ik voel me zoals ik wil (meetal dan). Ik zie het leven, ik houd van het leven. En volgens mij houd het leven ook wel van mij. Ik volg anderen die mij inspireren (Calvin Harris?) en ik laat anderen mij volgen, voor wie ik inspireer. Het leven is een grote cirkel van inspirerende personen. Ik vind mijn draai en laat mijn muziek lekker spelen. Ik houd van mezelf, van jou en van u. Van hem en van haar en ik zal dat ook blijven doen. Ik ben een persoon zonder ruzie en zonder geweld. Ik wil gewoon genieten in het leven, samen met ons.

Want wel samen. Samen zijn is belangrijk, samen is gezellig. Samen is leuk, samen is lachen. Samen is de kracht van het leven. Samen leidt tot genot. En genot is de sleutel tot een leuk leven. Want je hebt een leven gekregen, dus gebruik het. Verspil het niet door niet te genieten, maar gebruik het om te genieten. Nu kan het nog, straks weet je niet of het nog kan.

Straks is altijd onzeker. We kunnen alleen hopen over straks. Wat zal straks ons brengen? Twee worstenbroodjes en een liter bier? Niemand kan het weten. Maar we kunnen wel hopen. Hopen voor wat we willen.

En met dit hopen zal vanzelf het verlangen groeien om te doen. Te doen wat nodig is om onze hoop tot waarheid te brengen. Want wat is nou leuken dan worden wat je wilt? Zo wil ik bijvoorbeeld een leuke economische studie gaan doen na mijn HAVO 5. Daarom maak ik nu dit verslag. Zo simpel is het. Je dromen maken je leven. Je leven maakt je dromen.

En waar droom ik dan van? Ik droom van een gelukkig leven met vrouw en kinderen. Met een leuke baan. Met de nadruk op leuk. Want rijk hoef ik niet te worden. Als ik maar kan doen wat ik wil, als ik maar de mogelijkheid heb te genieten. Dan is alles goed voor mij. Dan ben ik tevreden. Natuurlijk zal een extra centje op zak niet geheel afgewezen worden door mij, maar het is niet mijn grootste eis voor de toekomst. Wat komt dat komt. Laten we proberen om te laten komen wat we het belangrijkst vinden om te komen, en de rest zien we wel aankomen. Nietwaar?

Want het leven is maar te moeilijk en te kort om je zorgen te gaan maken. Doe lekker wat je wilt. Geniet en laat je leven leven. Want zonder je leven te leven zal in het leven niet veel te beleven zijn. Oké, die vage zinnen worden nou wel een beetje flauw, maar als je er eens een paar keer overheen leest, zal je opvallen dat er toch wel een hele goede waarheid in zit. Dus nogmaals: Laat je leven leven, want zonder je leven te leven zal in het leven niet veel te beleven zijn.


Maarten Mooij, H5B

20.8.09

Still poetry.

Hear the rain dripping,
Feeling it softly on my skin.
Watching the sunset until the evening,
And the evening until the dawn.
I realize the world’s still pretty.
Even after the things,
We all have done.

19.8.09

Poetry.

Soms zijn er van die dagen,
Eerder rood dan bruin.
Dat je bezwijkt onder druk,
Maar toch loop je nog niet schuin.

Soms zijn er van die dagen,
Eerder blauw dan paars,
Waarop je alles doet,
Maar toch nog niets raars.

Soms zijn er van die dagen,
Eerder geel dan groen,
Waarop je niets wil,
Maar toch alles moet doen.

Soms zijn er van die dagen,
Eerder basis dan een meng.
Dat jij niet werken wil,
Maar het leven blijkt een kreng.

6.7.09

Checkback.

Het is raar. Het leven is raar. Fucking raar.

Ik keek zojuist even terug. Terug naar in mijn leven. Niet eens zo heel ver terug. Een paar maandjes terug zelfs. Een stuk of, pakweg, 6. Ik herinnerde me de situatie toen. Hoe alles om me heen gebeurde en hoe het allemaal invloed op mij had. Ik herinnerde me dat het mij gebroken en gemaakt heeft. Ik herinnerde het me…

En ik begin te vergelijken met nu. Ik kijk wat er tussenin is gebeurt. Leuke dingen, vervelende dingen. Rare dingen en normale dingen. Maar bovenal: belangrijke dingen.

En toen ging ik het pad volgen. Van toen naar nu, stapje voor stapje en sprongetje na sprongetje. Het ene moment in het andere, en het andere in het ene. Ik vloog heen en weer tussen het verleden en het heden.

En wat concludeerde ik? Het leven gaat fucking snel. Voor je iets weet heb je in een paar seconden je leven veranderd. Voor je het weet verneuk je de meest prachtige situatie, en maak je juist iets briljants van een stronthoop. Misschien met opzet, misschien ook niet. Misschien doe je wel iets waar je van dacht dat het geen opzet was, maar waarvan je stiekem wel wist dat het beter zou zijn als je het zou doen. En al ben je er bang voor, en wil je het niet doen (omdat je jezelf dan een bitch voelt), toch doe je het. Of juist niet. Het is een keuze die je maakt gebaseerd op ervaringen uit vorige situaties.

Maar al deze keuzes zorgen er uiteindelijk wel voor hoe jouw leven zal verlopen. En aangezien je die keuzes krijgt, gebruik ze dan ook. Laat het leven lopen zoals jij dat wilt, en niet zoals verwacht wordt dat jij dat doet. Maak de keuzes voor jezelf, en niet voor een ander.

Het is tenslotte jouw leven.

26.5.09

En toen zat je vast....

Sommige dagen heb je een gevoel van binnen dat je niet kunt omschrijven.
Je ergert je kapot, alles doet pijn. Het leven zit je tegen, je wil er even niet zijn.
Van die momenten dat je liever gewoon in een hoekje gaat zitten.
Grommen en kreunen, want je wil vandaag niet. Je hebt echt geen zin.
Alles zit je even tegen, wat moet je daar toch mee?

Je weet dat het eigenlijk moet, het is de enige manier.
Het zat er al aan te komen, maar je wilde er niet aan toegeven.
Je was koppig, je gaf niet toe.
Maar nu heeft het je dan, en je baalt er van.

En ja, wat kun je nu nog doen?
Verder uitstellen gaat niet, want je bent nu al kapot.
Maar je kunt ook niet meer de energie vinden om het wel te doen.
Shit, je zit vast.
Fucking vast...

22.5.09

Soms vind je iets geniaals!

Ik ben mijn kamer aan het opruimen. Kom ik mijn oude "notitieschrift" tegen. Een schriftje waar ik zo nu en dan iets in schreef als het in mijn kop zat...
Ik ging lezen, kom ik dit tegen:

"You made me hate who I was,
You made me change to who I wanted,
You made me hate you for who you was,
And now I'm changed, and on my own.

You've made me hate me for being me,
You've made me change me to who I am,
And now you are leaving me..."

13.5.09

Love for a friend.

Ik reed naar huis op mijn fiets. Het was een mooie dag: het zonnetje scheen, vrijwel geen wind en de natuur stond in bloei. Mooi toch?!

Plots kwam ik tot de conclusie dat een groepje van 4 personen voor mij reed. Drie meisjes en een jongen. Het waren hoogstwaarschijnlijk brugklassers of tweede klassers.

Het zag er heel gezellig uit. Ze waren aan het praten en aan het lachen. Maar opeens moesten er twee van de drie dames naar rechts, waardoor alleen nog maar de jongen en het meisje overbleven. Hier werd het interessant.

Zoals jij, als lezen van mijn verhaal, wellicht al door had heb ik een zekere intresse in het bestuderen van het leven en de mensen om ons heen. Ik ben de kijker, de aanschouwer. Ik zie en analyseer.

Zo ook hier, in het geval van dit dertien of veertien jarige jongetje en meisje...



TO BE CONTINUED

29.4.09

A story about words, water and a shower.


I was taking a shower. I just woke up, rolled out of bed, and decided to take a shower. It was meant to be a casual shower, like every shower always had been.
While I was standing there, feeling the water drops softly punching my back, I felt a certain inspiration. I was wondering where it came from.
I looked around, and was surprised to see words written on the floor. But they were moving. They were floating on the water. Suddenly, as if I knew, I turned around and looked at the water which pounded on my back.
This water. This simple, usual water became words. Words about things, words about thoughts, and words about life. I studied those words. They moved around me, in a peaceful and relaxing way. I felt amazing.
After a while, I caught myself. I was still staring at those words. I read them, one by one. I did not realize however, that those simple, easy words were slowly taking from of sentences. They followed each other logically.
And once again, I found myself reading. This time I did not only read the words. I sat down and picked them up. I felt them, I tasted them. I played with them. I took the sentences, put them apart. Save them for later.
After minutes, which might also have been an hour, or even a few days, I still stared at these words. I started creating stories out of those meaningless sentences. I gave them a place in a way larger universe. I created stories. Stories of love, loss and desperation. Stories of life and her ways.
And one of those stories I decided to write down. The story about a boy. A young teenager who woke up one morning, rolled out of bed, and decided to take a shower. It was meant to be a casual shower, like every shower has always been.

19.4.09

Even Kortaf...

Peoples!

Lang gelden dat ik hier iets heb gepost, maar ik heb niet echt meer een drang op iets op te schrijven. So, sorry to my fans. Natuurlijk komt hier zo af-en-toe wel een klein lapje tekst te staan, maar echt een zinvol verhaal kun je niet verwachten! (maar daar ben ik dan ook Maarten voor he)

Ik heb hier wel een mooi (zelfbedacht) citaatje voor u, om eens even lekker je hoofd over te breken!

"Those who are afraid of death, are afraid of life." (by me dus, Maarten Mooij)

Ik heb dit bedacht terwijl ik even lekker het gras aan het maaien was. Het begrip "dood" keert namelijk heel vaak terug de afgelopen tijd, overal om mij heen.
Natuurlijk ga je hier dan over na denken, stel dat ik de volgende ben? Maar dan denk ik: het maakt niet uit, als ik maar genoten heb. Genieten is life.

En je kunt niet genieten zonder risico’s te lopen. Dit gaat gewoon niet. Zonder die risico’s kun je geen lol hebben. Je zult niet het uiterste meemaken, en je zult dus altijd in de twijfel van: "what if?" leven. En zoiets noem ik niet genieten.

En toen bedacht ik in de spontaniteit: als je bang bent om “dood te gaan” (of een soort van lijden), ben je dus bang om te genieten. En aangezien ik genieten en leven nogal als een synoniem zie, is de persoon die bang is voor de dood, dus ook bang om te leven. Dit klinkt raar, maar met de bovengenoemde uitleg lijkt het toch wel logisch! (mij wel tenminste)

Maar dit was weer even een blog (en dus ook een gedachtengang) van Maarten.

Laters!

Ps. Doe ermee wat je wilt, maar het citaat is wel van mij! Als je het wilt gebruiken, plaats mijn naam erbij bitte! Ik wil ook wel eens credits hebben.


Ps. Ps. De titel "Even kortaf..." had ik gezegd omdat ik van plan was om alleen even het citaat te plaatsten. Maar ik ga er natuurlijk weer een uitgebreid verhaal om kletsen...

De pursuit of happyness, en haar darksides.

[typ en spelfouten zijn inbegrepen]

[evenals slecht verwoorde zinnen]


Gisteravond een blog geplaatst, vandaag komt er weer een aan. Succes met lezen.

Ik zit nu even met "het ideaal" in mijn hoofd. Niet het ideaal als: de ideale vrouw of man, maar meer in de zin van: wat willen we uiteindelijk bereiken in ons leven? Hier ga ik even over na denken, en ondertussen typ ik vrijwel alles dat ik denk hier ook uit. Dus als er even een moment komt dat je denkt: Huh?! Hoe komt hij daar aan? Dan is het gewoon omdat ik zo dacht. Okee, daar gaan we!

Het doel.. Waar willen we uiteindelijk heen? Het ding waar we voor leven, waarvoor we alles zouden willen geven. Het ding waar we mee hopen te eindigen in ons leven. De fase waarin alles in onze ogen perfect blijkt te zijn. We willen allemaal zo snel mogelijk in deze fase komen.

En hier worden de meesten gefrustreerd. Ze kunnen niet in die ene fase komen. Ze proberen het, het lukt niet. Nog een keer proberen, lukt nog niet. Deze fase lijkt onbereikbaar. Maar toch blijft het ons levensdoel om in deze fase te belanden.

Zelf heb ik ook momenten gehad waardoor ik totaal gek werd, alleen al door het feit dat je o-zo-graag in die situatie wilt verkeren dat jij als de hemel beschouwd. En steeds denk je een stapje dichterbij te komen, maar achteraf blijkt het allemaal zinloos.

Maar stel dat. Stel dat je wel dichterbij komt, zou het je plezier doen? Jazeker, dat doe je plezier. Daar is geen twijfel over. Natuurlijk word je er gelukkig en vrolijk van als je de fase lijkt te bereiken die jij als heilig beschouwd. En elke stap die je dichterbij komt, maakt je alleen maar blijer. Hoe meer moeite de stap heeft gekost, hoe vrolijker je wordt dat hij is gelukt!

Maar als het dan zou komen, dat je die fase zou bereiken? Zou je het dan nog steeds leuk vinden? Ja, zou je eerste reactie zijn. Natuurlijk, want dit wil je juist al heel je leven! En misschien ben je ook gelukkig. Maar zal dat niet voor even zijn? Zal dat gevoel van euforie niet een tijdelijk iets zijn?

Wat zou er zijn nadat je jouw uiteindelijke doel hebt gehaald? Wat zou je nog kunnen motiveren iets te doen? Waar zou je nog voor willen leven? Zou je überhaupt nog wel willen leven? Ik zou zeggen van niet.

En als je dan gaat bedenken: Je vecht heel je leven voor een fase, een fase waarin je hoopt te komen. En als je dan eenmaal in die fase bent, je misschien even happy bent en daarna gewoon depressief word. Zou het dan wel nuttig zijn om heel je leven voor die fase te gaan vechten? Zou je er niet beter aan doen om de tijd te gebruiken om de huidige situatie zo leuk mogelijk te maken, in plaats van te kijken wat je straks misschien zou kunnen hebben? Zou het leven niet veel leuker zijn als je van elke mogelijkheid die je hebt leert te genieten, en niet al je behoefte om te genieten af te schuiven op "later".

Want je weet sowieso niet of die "later" er gaat komen, maar je weet ook helemaal niet of je die state of happyness gaat bereiken. En zelfs als je die fase bereikt, zul je er weinig aan hebben. Omdat daarna je levensdoel is verdwenen.

En nu kun je denken: als ik nu dan mijn doel weghaal, en van elk moment ga genieten, dan ben ik toch ook mijn levensdoel kwijt? En ja, daar kun je gelijk in hebben. Maar dan kun je ook weer een nieuw doel stellen. Namelijk: "Ik geniet van elk moment, en ik probeer elke seconde zo aangenaam mogelijk te maken!"

Zou het leven zo niet stukken leuker zijn?


Maarja, genoeg getypt voor nu. Ik ga verder denken in mijn hoofd. Als er nog iets te binnen schiet zullen jullie het misschien nog wel horen.

Tschuss!

Een gedicht.

Hier is een gedichtje dat ik lang geleden (in de eerste van mijn middelbare) heb geschreven als nederlands-ding destijds. Voor mij heeft het meer waarde dan voor jou, jij zult vast denken: wtf, is dat alles? Maar voor mij is het een jeugdsentiment:



Het Zwembad

Ik ga naar het zwembad,
Samen met jou,
Het water wordt blauw.
Ik voel me licht,
Zo licht als een veertje.
Ik voel me vrij,
Dat maakt me zo blij...



Aghja, dat was vroeger, die gauwe auwe tiet!
En ondertussen zijn we "al" 16.

Herinneren.

Goedemorgen mensen!
Het is vandaag vrijdag 20 februari 2009. Een bijzondere dag: We zitten voor 50 dagen in het ‘nieuwe jaar’. In het goede, ondertussen vertrouwde 2009.

Toen ik dit onverwacht tegenkwam deed hij mij iets beseffen. Het is 50 dagen sinds het begin van de reeks gebeurtenissen die mijn leven heel erg heeft veranderd.

We spreken hier dus van 1 januari 2009, de dag waarop ik iets tegen kwam, dat ik voor altijd verloren had gewaand. Een gebeurtenis die ik voorlopig nog niet zal vergeten, vooral door zijn grote gevolgen.

Het gevonden voorwerp bezorgde mij een leuke tijd de eerste acht dagen, de negende dag was super, de tiende weer minder, en de elfde zwaar bagger. Ik had er veel plezier van, maar soms zat het allemaal gewoon even tegen. In deze ‘tegen-periodes’ heb ik anders geleerd te denken. Positiever, beter en doelgerichter. Ik heb geleerd te doen wat ik wil, meer te luisteren naar spontane impulsen en meer te genieten van de dagen die ik heb.

Bovendien heeft deze gebeurtenis mij een nieuwe hobby gebracht, een oude passie aangewakkerd, en diezelfde oude passie verfijnt tot in een beter detail.

Deze zeer bijzondere, zeer belangrijke en zeer leuke gebeurtenis heeft mij een hoop kennis bijgebracht. Een hoop kennis van emoties, van gevoelens en van dilemma’s. Een hoop kennis van fouten en failures. Een hoop kennis van hopen en dromen. Een hoop kennis van de menselijke factoren van het leven. Ik heb geleerd dat alles niet zwart-wit is, dat er een grijze zone bestaat, waarin de meeste mensen verkeren.

Ik heb een geloof gevonden, en ben hem weer kwijt geraakt. Ik heb een vriend gevonden, en ben haar kwijtgeraakt. Heb haar toen weer gevonden, en nu weer kwijt. Maar we mogen niet klagen.

Dat is ook iets dat 2009 mij heeft gebracht. Een challenge, meerdere eigenlijk. Gewoon kleine weddenschapjes met mezelf, om mijn wilskracht, mijn emoties en mijn leven te testen. Te kijken wat ik kan, en te kijken wat ik wil. Om mezelf te leren kennen, en om mezelf te kunnen begrijpen.

Ja, dat was 2009 tot nu toe. De eerste 50 dagen…
Er is een hoop gebeurt, en dat laat mij beseffen dat ik misschien een beetje te snel ben gegaan met bepaalde dingen. Ik heb dingen gedaan en gezegd, waar jij niet aan toe was. Je kende me maar net, en ik begin het nu ook te snappen. Dus als je dit leest: sorry! [comment: dat laatste was even tegenover iemand, dus als je jezelf aangesproken voelt, ben jij het waarschijnlijk]

Ja, ik ben tevreden met 2009. En we hebben nog 315 leuke, leerzame dagen te gaan…

De Ochtend

Yeah, wat zijn ze toch heerlijk. Die ochtenden. Je kent het wel, zo’n ochtend waarin je wakker word, je even een blik op de klok werpt, en dan weer rustig blijft liggen. Zo’n ochtend waarbij je jouw iPod pakt, een lekker [hyperactief] nummer opzet, en daarna je bed uit rolt.

Hup richting de kast, je pakt even een t-shirtje en een broek. Misschien neem je nog even de tijd om je sokken aan te trekken, maar dat was het.

De volgende stap: de keuken, klaar voor de jacht naar het voedsel. Je trekt de kast open, pakt het dichtstbijzijnde eetbare, stopt dit in je mond, spoelt het weg met een hap water uit de kraan en daarna baan je een weg naar de o-zo-lekker-luie bureaustoel om eens lekker in te gaan ploffen.

Gedaan, dan doe je een inspannende poging om het knopje van je pc-tje in te drukken zodat deze, met het tempo van een egel die een snelweg over steekt, begint te kraken en piepen. Ondertussen lig jij daar half in de stoel te dromen.

Na 5 minuten opstarten, is je computer bijna klaar. Je drukt alvast op het knopje van iTunes om zometeen wederom een lekkere plaat aan te zetten. Je weet dat het nog 10 minuten gaat duren voordat jouw hypermoderne pc klaar is, dus je besluit om even naar de wc te gaan…

Eenmaal teruggekomen begin je met de muziek op te zetten. Je gaat even los, en dan denk je: oké, what’s next? Vooruit, dan maar even msn aan, kijken wie er online is. Yeah, 2 personen! Ik heb vrienden. Jammer dat één van die 2 de welbekende msn-bot Alice is. Nouja, dat laat dan nog 1 persoon om mee te praten.

Dat is nou een ochtend mensen, een ochtend om van te genieten. Een ochtend om langzaam wakker te worden, een ochtend zonder verplichtingen en een ochtend waarbij je gewoon even de tijd voor jezelf kunt nemen.

Het is gewoon een ochtend, die je wel vaker mee maakt. Maar toch een ochtend die je moet koesteren, want zulke mooie momenten zijn er niet vaak als je nog op de middelbare zit. Zeker niet in mijn leven.

Dus ik zit hier te genieten, achter mijn pc, met aan de linkerkant een zak brood en een pak hagelslag, en aan de rechterkant een “parelkandij-koek” met een mes erin gestoken. Terwijl er op de background (of toch meer de voorgrond) een lekker hyperactief nummer uit mijn speakers dreunt.

En nou krijg ik zin in een worstenbroodje, dat word weer een toch naar de koelkast en magnetron.

Heerlijk toch?

Soms zijn er van die momenten

Ken je ze? Die momenten dat je jouw geliefde iPod (of mp3) op hebt, terwijl je rustig op je fiets rond je heen zit te kijken. Terwijl je de wereld aanschouwt alsof jij er niet in zit. Maar destemeer alsof jij een eersterangs plek hebt in een grote 3d-theaterzaal.

En dan opeens besef je dat heel de wereld om je heen, beweegt op de beat van de muziek. Je kijkt om je heen, de auto's komen langs, precies in een ritme, dat toevallig ook nog matcht met jouw muziekje dat op dat moment op het punt staat jou een permanente gehoorbeschadiging te geven. En ook de vleugels van de vogels gaan goed, de lantaarnpaal knippert op jou ritme, en de fietsers om je heen bewegen hun benen allemaal perfect.

Op zo'n moment geniet ik. Dit is heerlijk om wakker te worden in de vroege morgen.

Maar jammergenoeg duren deze momenten maar even. Want opeens knalt er een keiharde "TOOOEEET" van een auto in je oor. In je mooie trance had je even niet door dat je zomaar overstak, zonder te kijken. Of dat je zomaar aan de linkerkant van de weg reed.

Tja, je hebt dan toch wel weer een half minuutje kunnen genieten, en (bij mij persoonlijk) geeft het je voor de rest van de dag een superhumeur!

Thinking (Losing Yourself)

Je kent het wel, het denken. Dat je in de nacht wakker ligt omdat je hoofd maar blijft malen over dingen die gebeurt zijn, of die je gehoord hebt, of over iets wat je hebt gedaan. Dit is zeer dodelijk, ergerlijk en het laat je grote fouten maken.

Terwijl de nacht langs kruipt, wanneer je de minuten als uren voorbij ziet gaan, wordt je gek. Je gaat denken. Dingen die je niet moet denken, of juist wel. Je weet het niet, je wilt alleen maar gaan slapen. Want zo kun je niet uitrusten, je wordt gek.

Je besluit je eerste actie te ondernemen om het denken te stoppen. Iets waarvan je op dat moment denkt dat het goed is. Dus je doet het.

Gedaan, het helpt niet. Je bent weer gefrustreerd, je wordt boos en je wilt je kussen in elkaar slaan. Maar daar neem je de moeite niet meer voor, omdat je toch al weet dat het niet helpt. Aangezien je deze avonden al vele malen hebt meegemaakt. Maar toch lijkt deze weer erger dan de rest.

En misschien is ze dat ook, maar daar denk je niet over na. Je denkt nog steeds aan datzelfde probleem, ding of actie als aan het begin van de avond. Je wordt nog gekker.

En dan opeens komt er een klap in je gezicht. Figuurlijk natuurlijk, want jij bent helemaal alleen in je kamer, wat misschien we de reden is dat je zo ligt te denken.

Opeens heb je door dat je eerste actie van die avond stom, dom en idioot was. Je denkt: What the Fuck heb ik gedaan? Je wordt boos op jezelf, krijgt een (negatieve) engergyboost en je krijgt wederom zin om je kussen in elkaar te rammen.

Maar omdat je weet dat het toch niet zal helpen, ga je een tweede actie ondernemen, waarvan je wederom denkt dat het goed is. Actie gedaan, je voelt jezelf weer goed, maar kunt nog niet slapen.

Na tien minuten malen, nog steeds niet van het onderwerp afgeweken, begin je jezelf opeens zorgen te maken over die tweede actie. Je denkt weer: fuuuuuuuuuuuck! En je voelt je wederom een idioot. Tja, je bent het of je bent het niet.

Maar in plaats van dat je nu weer je kussen wilt slaan, begin je zorgen te krijgen. Je wordt bang, en probeert dit gevoel te negeren. Het lukt niet, je gaat proberen om iets positiefs ervan te maken. Je gaat dus een positieve feeling proberen te creëren. NIET SLIM!

Omdat je vrolijk probeert te zijn, wordt je het ook. Maar ondertussen kun je de oude gevoelens (verdriet, frustratie en agressie) niet onderdrukken. Hierdoor wordt je hoofd gespleten. Je krijgt twee personen, met twee verschillende emoties die elkaar afwisselen. Je raakt jezelf kwijt.

Je denkt, nu je positief bent, dat je die eerste twee acties goed kunt maken. Maar nee, natuurlijk gaat dat niet. Je probeert het, onwetend dat je het alleen maar verder zal verneuken. Je positieve kant zegt ja, je negatieve zegt nee. Maar omdat je dus positief wilt zijn, doe je het… Wat niet positief is.

Daarom voel je jezelf, direct na de actie, weer bagger. Je ligt nog steeds in bed, nog steeds te malen over dat ene onderwerp, en je wordt er nog steeds gek van.

Ondertussen kijk je op je klok, de seconden, minuten en uren wachten zijn voorbij. Het is tijd om op te staan.

Je rolt je bed uit, omdat je geen energie hebt om ook maar een beentje te bewegen. En dat is niet omdat je niet geslapen hebt, eerder omdat je miserable bent. Je voelt je fucked, en je weet dat je het jezelf hebt aangedaan.

En dan ga je douchen. Lekker onder een warme douche. Maar dat is niet slim. Is het je ooit opgevallen hoe een warme douche je gedachtes kunnen stimuleren? Nou, dat gebeurt dus.

Je staat te douchen, en ondertussen speelt de hele nacht zich weer af in je hoofd. Elk moment zie je weer voor je, maar dan alles tien keer zo snel. Handig, je krijgt een samenvatting van je blunders, en zo denk je dat je een ideaal plan kunt bedenken om de nacht te vergeten, het denken te stoppen en de volgende avond wel te kunnen slapen. Want wat je ook doet, je wilt NOOIT de 24-uur-aan-een-ding-denken-dag hebben.

Wat bedenk je dus? Je schrijft een blog! Nou, bij deze. Een blog die je dan zet op hyves. Een blog die iedereen kan lezen, en waar je jouw hart openstort. Tja, je bent een idioot, of je bent het niet…

Maar waar doe je het allemaal voor? Stiekem hoop je dat het ene meisje, waar je de hele nacht aan dacht, en waar jij naar hebt gesmst en waar jij toen zoveel spijt van kreeg, deze blog zal lezen. Je hoopt dat ze het leest, en dat ze je begrijpt. Dat ze snapt waarom je zo dom deed, waarom je dat allemaal zei.

Maar hoe zorg je dan dat ze het zeker zal lezen? Tja, vooruit dan maar, nog een sms...

Welkom 2009!

Pff, 2009... Wat gaat dat een goed jaar worden!

In september van het geliefde '08 riep ik al volmondig: "2009 wordt een leuk jaar!" Nog onwetende dat dit gevoel nog zal expanderen tot ongekende hoogte. Maar ik had nog vier lange maanden te gaan voor het zover was.

In november '08 zag ik opeens weer een licht. "2009!" riep ik uit, en menig medemens keek mij met een zekere blik van volkomen verbazing en terechte verontwaardiging aan alsof ik wel een bezoekje aan de shrink kon gebruiken. Maar toen ik als verklaring gaf "dat ik d'r wel zin in heb" was hun aandacht weer snel gefocust op de dagelijkse sleur waarin zij verkeren.

In december bereikte ik het toppunt. Het begon nog vrij onschuldig, doorgaand op de basis die ik in november mischien meer perongelijk dan met opzet had gecreërd. Maar toch was deze er, en rond de kerstdagen kwam ik helemaal in de sfeer. Ik begon vrolijk te worden, het leven toe te lachen en toen BOEM!

Op eerst kerstdag gebeurde het; iets waar ik lang op hoopte scheen een mogelijke, onverwachte positieve wending te krijgen! Dat dit pure hersenspinsels waren was ik die avond ook weer achter gekomen, maar toch voelde ik mij sterker dan ooit! Geluk stond aan mijn kant, en 2009 zou niet meer stuk kunnen!
Elke nakomende dag werd het beter, en beter, en beter, en nog veel beter! Geluk stond aan mij zeide, en het sloeg me figuurlijk op mijn kop. 2009, ik heb er zin in.

En voor ik het wist, was het nog één dag verwijderd. Nog één dag, en het beste jaar van mijn leven zou beginnen!

Oudjaarsdag, een rare dag. Je denkt met pijn in je hart en klein traantje in je rechter binnenste ooghoek, die je nog zo wou onderdrukken, aan wat het afgelopen jaar jou allemaal heeft gebracht. Maar toch wil je ook verder naar het volgende jaar, in mijn geval heel erg. Mischien wel TE erg, nu ik de gelegenheid krijg om er zo over na te denken.

Door al mijn wensen voor 2009, ben ik vergeten 2008 te herdenken. Hiervoor wil ik mijn spijt betuigen aan 2008, en daarom zal ik, Maarten Mooij, een belofte maken; en die zeker na komen. (nee, die komt hier niet te staan)

Maar goed, 2008 was een mooi jaar. Er is heel wat gebeurt, goed en kwaad. Oude dingen, import uit 2007, maar ook nieuwe dingen, wat regelmatig ook verdriet heeft veroorzaakt. Zoals het stoppen met voetbal, het verlaten van het Atheneum, en het verliezen van 'mijn grote broer'.

Maar 2008 was ook leuk. Het is een belangrijk jaar geweest. Mijn interesses zijn verbreedt, ik heb mijn eerst echte echt baan gekregen, en ik heb nieuwe vrienden gekregen.

Laten we de goede dingen inpakken in verhuisdozen, en neem ze mee als we verhuizen naar het volgende jaar. Waar we ze dan uitpakken en weer verder gaan waar we zijn gebleven.

Laat 2009 het jaar worden waar ik op hoopte, en laat het naar ons lachen, wanneer we over 354 dagen 2010 gaan betreden...

Het is nu de 3e dag van het 9e jaar van het 2e millenium na de vermeende geboorte van Christus, en de 2 volledige dagen die ik nu heb doorgebracht waren prachtige dagen. Beter dan verwacht. En als vandaag na mijn slaapje ook dit niveau zal bereiken, zal ik, na deze 3e dag, weer vredig slapen, en genieten van wat 2009 mij tot dan toe bracht!

Dank U, 2008! Het was fijn, maar nu is echt tijd, om in 2009 te zijn!

Ook dank ik U, de persoon die mij steun gaf in moeilijke tijden. En U, die mij liet lachen, als er wat te lachen viel.

En als laatste bedank ik U, voor het lezen van deze onnodig, veel te lange blog, en daarmee een stukje van mijn leven bij uit draagt.

Ik wens U een goed, gezond, gezellig en vooral gelukkig 2009 toe!

Gegroet,
Maarten Mooij

Waarom?

Waarom is vaak de vraag die ons het meest bezig houd, de vraag die ons laat nadenken, ons laat voelen dat we niet alle macht hebben.

Waarom
schijnt de zon?
Waarom regent het?
Waarom is het 's nachts donker?
Waarom bestaan wij?
Waarom is alles zoals het is?

Waarom is de vraag waarop wij het antwoord willen weten, maar niet kunnen geven. Waarom is de vraag waar we steeds onze kop over breken.
Maar moeten we wel weten waarom? Willen we eigenlijk wel weten waarom? Waarom zijn wij zo nieuwsgierig?

Ooit zullen we het weten, of misschien nooit. Maar wat maakt het uit?

Geniet, en laat je zorgen gaan…