28.12.09

De ziekte van het leven.

Ik lijd aan de ziekte van het leven.

Ik heb geen hoestbui, geen koorts of Mexicaanse Griep. Ik heb geen bloedneus, een snee in mijn hand en zit niet in het verband. Ik ben een jongen die lijd. Lijd onder de ziekte van het leven.

Ik heb geen hartafwijking, ben niet kreupel of dement. Ik heb geen kanker, er zit geen tumor in mijn lijf. Ik ben gewoon een beetje ziek.

Mijn longen werken goed, mijn nier en lever nog beter. Mijn benen kan ik nog bewegen en mijn hart klopt energiek. Maar toch voel ik mij zo ziek. Het heet de ziekte van het leven.

Astma heeft mij nooit getroffen, ik hoef niet onder het mes. Pillen slikken werkt niet, de dokter maakt mij niet beter.

Maar ik weet zeker dat ik niet gezond ben, ik voel mijzelf zo ziek. Ik leef niet korter dan normaal, ik ga niet echt eerder dood. Toch heeft deze ziekte mij getroffen.

De ziekte van het leven, beter bekent als verdriet.

12.12.09

De Speeldoos.

Ik lig hier in bad, helemaal tot rust te komen. Ik voel hoe het warme water steeds verder stijgt. Het omringt mij en geeft een heerlijk gevoel. In mijn hoofd spelen alle nummers van de dag nog even door mijn hoofd. “Mag ik jou even lenen. Ik wil je iets vertellen. Ben best bereid om je terug te geven. Ooeeeeeh. Jezus is de zoon van God. Ja Jezus is de zoon van God. Jezus is de zoon van God. Muwahahaha. Hmmm. Oudjaar, kan ik niet tegen. Moet ik ‘s nachts huilen.”

Ik zie ze voor mij ogen. Ik neem afstand van mijn lichaam, verplaats me de wereld in. Ik kijk om mij heen, ik voel mezelf zweven. Daar staan zij. Torre en Roos, ze treden samen op. God wat is dit goed. Ik ken de nummers nog niet helemaal, maar dat interesseert me geen fuck. Ik luister met al mijn krachten. Ik sluit mijn ogen, laat de muziek op mij inwerken. De muziek inwerken. Het galmt in mijn hoofd, het galmt. Er komt een gevoel van rust maar toch klopt mijn hart sneller. De muziek bespeelt mij.

Zachtjes zing ik mee. Ik ken de tekst toch beter dan ik dacht. Of ik bespeel gewoon mijn instinct. Ik weet het niet, maar het klinkt goed. Torre en Roos zijn bijna klaar. Ze nemen afscheid, vertellen hoe goed wij waren en hoe leuk zij het vonden. Ze spelen nog één nummer. Een special, een unreleased. Het klinkt goed, het klinkt super. Het klinkt fantastisch.

Ik voel het einde komen, de klanken nemen af. De stemmen verdwijnen naar de achtergrond en mijn hart komt weer tot rust.

Ik schrik wakker. Ik lig nog steeds in bad, het water is al koud. Mijn vader heeft net op de deur geklopt. “Kom je er nog eens uit?” De klok geeft aan dat het twee uur later is. Shit, een droom.

7.12.09

De tranen van de oorlog.

Gooi mij van de emotionele ladder, vang mij hierna op. Gebruik mij als een stuiterbal, gooi hem op mijn kop. Jij bent er een van weinig woorden, een vrouw van pure kracht. Ik ben een kleine jongen, een emotioneel wrak. Samen zijn wij oorlog, nog erger dan Irak.

Ik haat jou, jij vermoordt mij. Ik haat mezelf, jij vergeeft mij. Samen voeren wij nu oorlog en ik kan het niet vergeten. Samen voeren wij nu oorlog, waar zijn de woorden nou gebleven? Ik voer hier nog een oorlog, maar niemand helpt mij mee. Wij zitten in een oorlog, wat moet ik hier nu mee?

Kunnen wij nog door gaan? Blijven wij nog staan? We gaan het gewoon proberen, want we kunnen nog niet gaan. De oorlog is pas ten einde wanneer wij niet meer bestaan. De oorlog is pas beëindigd wanneer wij niet meer opstaan.

Getroffen door een kogel, wij vallen samen neer. We geven ons nu over voor een aller laatste keer. De witte vlag voor onze ogen, hij gaat heen en weer. Wij geven ons nu over. Voor een aller laatste keer.

Wij liggen daar nu samen, in de plas van onze tranen. Wij hebben elkaar getroffen, wij zijn nu echt verslagen. De scherven vliegen in het rond, de woorden komen uit jouw mond. Ik houd van jou, zeg jij één keer. Ik houd van jou, zeg je weer. Wij liggen daar nu samen, samen smoorverliefd. Het was onze eerste ruzie, nooit meer verdriet.