11.8.10

Jij en jouw boontje.

Ik herinnerde me opeens dat ik jou vroeger leuk heb gevonden.

We waren hele goede vriendjes in die tijd. Onafscheidelijk. Waar jij was, was ik. We hadden de grootste lol samen en we hoorden zo bij elkaar. Samen luisterden we naar jouw boontje en we leerden van elkaars muziek. Ik net iets meer van die van jou.

Maar zoals altijd in deze situaties bloeide bij een van ons iets op. Dat was bij mij. En dat iets, dat was verliefdheid.

Het was moeilijk voor mij om het niet toe te geven. Maar ik wist dat als ik het zou doen onze band zoals we die toen hadden zou verdwijnen. Een verliefd jongetje en een niet verliefd meisje kunnen natuurlijk niet samen zijn. Ik koos er voor om het niet te vertellen om onze vriendschap in stand te houden.

Een schooljaar later zaten we niet meer bij elkaar in de klas. Jij kreeg nieuwe vrienden en ik ging ook verder. We groeiden uit elkaar en de vriendschap was over. Zo af en toe spraken we elkaar en zeiden we dat we onze oude vriendschap soms wel misten, maar het is eigenlijk nooit echt terug gekomen.

Wat zou er gebeurt zijn als ik het toen wel had gezegd? Zouden we nu dan nog vrienden zijn? Of zouden we vriendje en vriendinnetje zijn? Ik heb jou wel een keer verteld dat ik jou toen leuk vond. Jij vertelde mij dat jij mij ook leuk vond. Wat heb ik toen stiekem nog gebaald. Ik had er zelfs nog over gedroomd.

En nu gaan we waarschijnlijk definitief uit elkaar. We gaan twee verschillende richtingen op. Ik naar Nijmegen. Waar ga jij eigenlijk heen? Ik weet het niet eens. Je zult het me ooit wel een keer verteld hebben, maar ik ben het vergeten.

Soms mis ik onze vriendschap. Soms, zoals nu. Maar ik kan het nu niet meer tegen je vertellen.

10.8.10

Karma.

Die geur. Ik zal hem nooit meer vergeten. Een mix van vreemde geuren. Zoals ze nooit samen horen te zijn.

Vlees en hout. Haar en plastic. De vieze stank van vuur. Er was brand in jouw appartement.

Ik werd net na twaalven gebeld door jouw moeder. Tegen enen was ik ter plaatse. Niet dat het veel uitmaakte. De brand was toen al geblust.

De brandweermannen verklaarden later dat de brand was ontstaan door kortsluiting in jouw mobieltje. Op het nieuws zeiden ze dat er twee slachtoffers waren. In het rapport stond dat ze samen op bed lagen. Verbrand in hun slaap.

Tja, karma get’s back at you. Had je maar niet vreemd moeten gaan.

En hoe die kortsluiting was ontstaan?

Ik smsde hoeveel ik van je hield.

Sterven.

Misschien is sterven wel het lekkerste gevoel dat er bestaat.
Een ultiem orgasme van pure emoties
dat iedere vezel in je lichaam prikkelt
en alles om je heen omarmd
en je langzaam opslokt.
Tot je laatste adem
en dat je dan denkt
'wauw'.

9.8.10

De Tulpenboom.

Ik zag je daar inderdaad onder die tulpenboom. Die ene roze, precies waar we hadden afgesproken.

Je was mooi als ik me herinnerde. Je huid was zacht als ik wist. Je geur was zo lekker, precies als mijn lakens. Je lippen waren mooi, zo lekker, zo lief.

Je ogen waren als blauwe oosterse zeeën. Precies zoals ik ze voor het laatst zag. Met een klein zwart gat in het midden, dat mij van binnenuit las.

En toen ik je hand pakte, voelde ik je vingers. Die mooie vingers die alleen op jouw hand zitten. En ik streelde je arm, zoals alleen bij jouw arm kan.

Daar lagen wij samen, verborgen in het gras. Boven op de heuvel bij de ondergaande zon. De tulpenboom, jouw favoriete boom, bloeide in volle glorie. De roze blaadjes vulden de hemel. En tevreden sloot ik mijn ogen. De hele wereld werd zwart.

Toen ik ze weer open deed zag ik het licht door ons raam komen. Je sliep nog precies, zoals ik je gisteravond had achtergelaten. Even nadat wij afspraken bij die roze tulpenboom, in onze dromen.

7.8.10

In onze dromen.

We spraken af bij die ene gewone tulpenboom.

In een wereld waar in we rijk zijn. Een wereld waar ieder groot huis van ons is en wij vijf auto’s kunnen rijden.
In een wereld waar wij iedereen kunnen trouwen die wij willen. In een wereld waar er geen out-of-my-leagues bestaan.
In een wereld waar we kunnen vliegen en eeuwig door kunnen blijven gaan.

Toch kozen wij gewoon, dood normaal elkaar te zien onder die ene roze tulpenboom.

Dat moet toch iets betekenen?