Ze noemen mij een schrijver, zei hij met zijn Vlaams accent. Ik dacht: “Maar mij ook.”
Ze noemen mij een schrijver, dacht ik. Maar dat klonk mij toch een beetje raar. Een schrijver schrijft dingen, verhalen en zinnen. Een schrijver maakt moois, een wonder op papier. Een schrijver die doet wat een ander niet zal doen. Een schrijver die schrijft, zodat een ander het kan lezen.
Ik noem mijzelf geen schrijver, maar een denker en een mens. Ik noem mijzelf een vlekje in de wereld van vandaag. Ik noem mijzelf een kijker, een vliegje aan de muur. Ik noem mijzelf een spion in mijn eigen gebied.
Maar toch noemen zij mij een schrijver, de mens van het inkt. De man die verwoorden kan, wat hijzelf ervan vindt.
En zo blijk ik toch een schrijver, een man van vele woorden. Een zin is nooit genoeg, dus ik laat er velen horen. Ik noem mijzelf een schrijver, omdat ik zeg wat ik nu denk. Over het leven en de wereld. Over leven en het leed. En daarom,
Ze noemen mij een schrijver. . .
Geen opmerkingen:
Een reactie posten