18.11.09

Kinderjaren.

Wat waren we jong toen. Het was een jaar of 9 denk ik. Echte kinderen, onschuldig en naïef.

We waren verliefd. Op elkaar. Jij op mij en ik op jou. Natuurlijk in een andere vorm dan dat je tegenwoordig verliefd zult zijn, maar wij waren graag bij elkaar. Dus verliefd. Wanneer niemand keek hielden we stiekem elkaars handjes vast. Ik zat altijd naast jou op school, na schooltijd spraken we vaak samen af en gingen met zijn tweetjes naar buiten. Ik gaf jou kusjes op je wang, en jij bloosde iedere keer weer. Samen waren we gelukkig.

We hadden elkaar beloofd het nooit aan iemand te vertellen. Niemand zou het ooit weten. En we geloofden daarin. Zoals je als kind ook in Sinterklaas, elfjes en pratende poppen gelooft. Onze ouders speelden gewoon mee.

Ik weet nog steeds niet wat er daarna was gebeurt. Opeens was jij weg, en ik heb je daarna nooit meer gezien. Het was zo raar. Mijn moeder zei er verder niks over, maar achteraf vermoede ik dat je verhuisd was. Maar waarom had je dat mij nooit verteld?

Het was de laatste dag dat wij elkaar zagen volgens mij. Jij moet het al hebben geweten. Ik wist nog van niets. Als ik het me goed herinner zaten we daar bij die bosjes. Ons vaste plekje. We waren aan het lachen en aan het giechelen. Maar opeens moest jij gaan. Je zou extra vroeg eten zei je. En mama wou dat je op tijd thuis was. Dus ik gaf je nog een kusje op je wang. Je draaide om en dat was het laatste dat ik zou zien. Maar wist ik veel.

Wat waren we jong toen. En ik was zo verliefd. Ik vond jou wel leuk. Jammer dat je weg ging. Ik dacht nog een tijdje aan je. Maar daarna ben ik je vergeten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten